Op 3.707 van de 3.912 Nederlandse bedrijventerreinen staat het stroomnet op rood
Voor ondernemers betekent dit dat plannen voor groei, elektrificatie of verduurzaming niet altijd meer vanzelfsprekend zijn. Wil een bedrijf uitbreiden of verduurzamen? Dan wordt een goed plan al snel een capaciteitsvraagstuk.
Voor gemeenten en provincies ontstaat daarmee een andere vraag: waar begin je? Welke terreinen vragen als eerste aandacht, welke terreinen hebben de meeste potentie voor een gezamenlijke aanpak, en waar is het logisch te onderzoeken of bedrijven individueel of samen verder kunnen?
Núna Energy en Bedrijventerreinaanpak analyseerden daarom alle 3.912 bedrijventerreinen in Nederland op netcongestie, wachtrijen, terreinomvang, elektrificatiedruk, organisatiegraad en financieringsstimulans. Ieder terrein kreeg een score van 0 tot 100. Dat levert een landelijk beeld op van waar de druk het hoogst is en waar de meeste potentie ligt.
Deze analyse is een eerste scan: Het laat zien waar de druk groot is, niet welke oplossing daar het beste past. Dat verschil zie je pas als je weet wat er bij de bedrijven zelf speelt.
1. Het net zit op veel plekken muurvast
Van de 3.912 bedrijventerreinen liggen er 3.707 geheel of gedeeltelijk in een gebied met het hoogste niveau van afnamecongestie: 95% van alle bedrijventerreinen in Nederland, samen bijna 92.000 hectare.
De regionale verschillen zijn minimaal. Van de 339 gemeenten met een bedrijventerrein hebben 336 gemeenten minstens één terrein in dit zwaarste congestiegebied. In Friesland geldt dat voor 94% van de terreinen, in Noord-Holland voor 99%, Zuid-Holland 90%, Drenthe 70% en Groningen 61%. In de rest van de provincies is dit 100%.
Afname is bovendien maar één kant van het verhaal: op 2.844 terreinen spelen ook beperkingen bij teruglevering, op 2.740 terreinen bij beide. Netcapaciteit is dus iets waar gemeenten en bedrijven al vroeg in hun plannen rekening mee moeten houden.
2. Welke gemeenten hebben de meeste potentie?
De druk is groot, maar niet overal even groot. Niet alle terreinen zijn even kansrijk voor een energiehub. Van de 314 gemeenten met minstens drie bedrijventerreinen scoort een klein aantal opvallend hoog: 32 gemeenten zitten boven de 60, onze grens voor ‘hoge’ potentie. Beverwijk spant de kroon met een gemiddelde score van 87,8.
| Gemeente | Provincie | Score | Terreinen |
| Beverwijk | Noord-Holland | 87,8 | 4 |
| Aalsmeer | Noord-Holland | 76,9 | 3 |
| Bladel | Noord-Brabant | 75,6 | 6 |
| Veendam | Groningen | 72 | 11 |
| Roosendaal | Noord-Brabant | 71,3 | 11 |
Een hoge score betekent niet dat er al iets gebeurt: op dit moment lopen er ruim 200 energiehub-initiatieven in Nederland (link), een klein deel van het aantal terreinen waar de score hoog genoeg is om het te onderzoeken. Ook de wachtrij voor transportcapaciteit is een bruikbaar signaal: terreinen met een lopend initiatief liggen gemiddeld in een gebied met een wachtrij van bijna 20 MW, tegenover ruim 12 MW zonder. Voor de meeste gemeenten met veel potentie is dus geen inhaalslag op het net nodig, maar een eerste verkenning van wat er bij de bedrijven zelf speelt.
3. Een energiehub is een route, geen doel op zich
Bij netcongestie wordt al snel naar energiehubs gekeken. Dat kan een goede oplossing zijn, maar niet voor ieder terrein en niet voor ieder bedrijf. Voor sommige bedrijven betekent dat samenwerken; voor andere past een individuele route beter, bijvoorbeeld een flexibel transportcontract, een batterij achter de aansluiting, of het verschuiven van energiegebruik.
Een collectieve route wordt vooral interessant als er voldoende energievolume is, bedrijven op verschillende momenten pieken, en de beperkte netcapaciteit lang genoeg blijft bestaan om dat de moeite waard te maken. De score uit deze analyse zegt dus vooral iets over de druk op het terrein, niet welke oplossing daar het beste bij past. Eerst begrijpen wat bedrijven nodig hebben, dan pas kiezen.
Wat kunnen gemeenten en provincies hiermee?
- Investeer in inzicht — Een goede verkenning begint bij de bedrijven zelf: welke problemen spelen er, welke plannen hebben zij, en wie is bereid mee te doen? Dat werk kost tijd, maar bepaalt of je daarna de juiste vragen stelt. Onze aanpak laat zien hoe je die stap zet.
- Kijk niet alleen naar de kleur, maar ook naar de tijd — De congestiekleur is één signaal. Kijk ook naar de wachtrij, terreinomvang, groeidruk en vooral naar wanneer extra netcapaciteit wordt verwacht. Bij 2.310 terreinen is dat pas in 2031 of later, of nog onbekend, Juist daar loont het om ook naar andere routes te kijken.
- Begin bij de vraag van bedrijven — Een energiehub vooraf als doel kiezen klinkt concreet, maar dan kies je een instrument voordat je het probleem kent. Leg eerst individuele en collectieve opties naast elkaar, dan bepaal je welke route bij het terrein past.
Bekijk hoe jouw gemeente ervoor staat
We vertaalden de analyse naar een kaart met alle 339 gemeenten die een bedrijventerrein hebben, elk met een score van 0 tot 100 op basis van congestiedruk, wachtrij, terreinomvang, bedrijvigheid en groeidruk.
Bekijk de interactieve kaart
| Score | Categorie |
| 75 – 100 | Zeer kansrijk |
| 50 – 75 | Kansrijk |
| 25 – 50 | Mogelijk kansrijk |
| 0 – 25 | Minder kansrijk |
Zie een hoge score als startpunt: er is druk, en er is potentie voor een gezamenlijke aanpak — niet automatisch welke oplossing daarbij hoort.
Begin met inzicht
Twee bedrijventerreinen met dezelfde score kunnen in de praktijk heel verschillend zijn: andere congestie, ander tijdspad, andere energieprofielen. Dat verschil zie je pas als je inzicht hebt, per bedrijf, per terrein.
Daarom schreven we ‘Onze aanpak‘: hoe bedrijven, individueel of gezamenlijk, weer perspectief krijgen op wat wél kan.